Carissima sorella mia,

Ik dacht dat ik volmaakt gelukkig was, maar het kan blijkbaar altijd nog erger. Dat bleek toen we bij Anna’s dochter Chicca op bezoek waren, tijdens onze terugreis uit Nederland. Ze woont nu met haar carabiniere in het plaatsje San Giovanni in Persiceto, vlakbij Bologna.

Chicca beschikt over een ontembare ondernemingslust en heeft besloten dat ze een bar gaat openen niet ver bij haar huis vandaan. Samen met Anna gingen we het pand waar ze dat wil gaan doen bekijken: een ex-slagerij, gelegen aan een pleintje.

Aan de deurpost was een rail van zwaar ijzer bevestigd waar de kadavers destijds ondersteboven aan werden gehangen en naar binnen gerold. De rail eindigde binnen in de ruimte precies bij een grote weegschaal met een plateau, zodat snel het gewicht kon worden afgelezen. Iets verderop stonden nog drie snijmachines, een gehaktmolen en een houten hakblok Op dat laatste bleef mijn blik blijkbaar net iets te lang en te liefdevol rusten want Chicca vroeg me zogenaamd langs haar neus weg of ik er misschien belangstelling voor had. Ik zei dat ik nog nooit zo’n mooi hakblok had gezien en dat was ook zo. In Puglia had ik wel eens wat aangemodderd met een doorgezaagd stuk boom maar dat spleet na drie klappen met het hakmes al in tweeën. “Neem het maar mee” zei ze. Ik kon haar wel zoenen.

Ze zette me er alleen wel een beetje mee voor het blok want mijn nieuwe liefde woog meer dan honderd kilo en bovendien zat onze Fiat Doblò al tot de nok toe vol. De volgende ochtend keek een groot aantal bewoners van achter de ramen van de huizen rond het pleintje belangstellend naar wat er allemaal uit een Doblò gehaald kon worden. De straat stond al gauw vol planten, fietsen, bladblazers, bosmaaiers, een naaimachine, bordspellen en nog veel meer spullen die we via Marktplaats.nl hadden gekocht. Toen de auto helemaal leeg was, sjouwden we het loodzware hakblok erin en plaatsten alles er weer omheen. Er kon geen tandenstoker meer bij, maar ik had mijn ceppo!

Tanti baci,

Frans

Ciao fratello,

Nu moet ik toch echt bekennen dat ik stinkjaloers ben.

Niet op je Fiat Doblò, maar op dat hakblok. Ik moet het al jaren doen met een Jamie Oliver snijplank. Ik verbeeld me dat ik anders zou koken als ik een hakblok had. Ik zou wekelijks een hele kip in huis halen, en ik zou veel vaker salsa verde maken. Ik zou taarten gaan bakken, want ook een deeglap uitrollen is natuurlijk een fluitje van een cent op zo’n blok. Oh, wat ga jij een plezier beleven aan dat hakblok! Niet alleen een sieraad in je keuken –niet onbelangrijk– maar je gaat gewoon dingen verzinnen om het te kunnen gebruiken. Je mezzaluna krijgt een nieuw leven denk ik, want eindelijk heb je de ruimte om die vlijmscherpe halve maan in de rondte te laten dansen.

Nou, ik  gun het je allemaal!

Inmiddels is moeder op het vliegtuig naar Bari gestapt. Ze had best vanaf daar met de trein naar jou toe willen komen, maar ze is toch wel erg blij dat je haar van het vliegveld komt halen. Met je Fiat Doblò.

Liefs

Karin

Ossobuco alla pugliese – Ossobuco uit Puglia
Voor 4 personen

Ingrediënten:

  • kalfsschenkel – 1 kg
  • cardoncelli paddenstoelen – 600 gram (het beste in Nederland verkrijgbare alternatief is koningsoesterzwammen)
  • ui – 1
  • witte wijn – 4 dl
  • bloem – 50 gram
  • fijngehakte peterselie – een handvol
  • olijfolie – 3 eetlepels
  • zout, peper

Aanwijzingen:

Hak de ui fijn en fruit hem in de olie tot hij mooi goudbruin is.
Maak wat inkepingen in het velletje rond de schenkels zodat ze tijdens het koken hun vorm behouden. Wentel ze vervolgens door de bloem, draai het vuur wat hoger en bak de schenkels aan beide kanten goudbruin. Blus af met de witte wijn en draai het vuur weer wat lager. Bestrooi het vlees met de peterselie, zout en peper, doe de schoongemaakte en in grove stukken gesneden paddenstoelen erbij, doe het deksel op de pan en laat alles ongeveer anderhalf uur op een laag pitje sudderen. Controleer na een half uur of het niet te droog wordt en voeg eventueel wat water toe.